Reintje van Wagensveld (1734-1794)

Inleiding


Een van de mooie dingen aan het schrijven van een genealogie is dat je ook het verhaal mag vastleggen van mensen wiens verhaal waarschijnlijk nooit beschreven zal worden. Dat geldt ook voor Reintje van Wagensveld. Reintje had twee zoons, van wie er één jong is overleden. Haar andere zoon had geen kinderen en daarmee is het nageslacht van Reintje uitgestorven. Hierna heb ik beschreven wat ik van Reintje weet op basis van archiefonderzoek.

Kampen, november 2016
Henry Wagensveld


Reintje van Wagensveld (1734-1794)


Reintje van Wagensveld werd geboren in Scherpenzeel (“in het Dorp”) en op 6 juni 1734 aldaar gedoopt[1]. Zij was een dochter van Jan van Wagensvelt en Geertje Derksen van Maanen. Reintje is overleden op 11 juli 1794 in Utrecht (“in de Watersteeg”)[2]·[3].


Frederik van Beek (1720-1766)


Reintje trouwde (I) op 21 september 1760 Amsterdam (Nieuwe Kerk) [4]·[5] met Frederik van Beek, van beroep sleepersbaas[6], geboren in Elburg, gedoopt op 23 januari 1720 aldaar[7], zoon van Jacob Frederiks[8] en Annigje (Anna) Albers (van Soerel). Frederik is overleden in Amsterdam (“in de eerste Weetering Dwarsstraat bij de Vijselgragt”) en werd op 15 april 1766 aldaar begraven (Heiligewegs- en Leidsche Kerkhof)[9].

Fredrik van Beek, afkomstig uit Elburg, werd op 20 mei 1760 poorter (burger) van de stad Amsterdam. Hij had geen rechten op het poorterschap op grond van huwelijk of geboorte en hij betaalde ervoor: “20 dito: Fredrik van Beek, van Elburge”. In het Generaal Poorterboek werd hij als volgt ingeschreven: “20 May: Fredrik van Beek, van Elburg heeft 2: en Thes[10] betaelt(Poorterboeken Amsterdam, 1584-1812).

Het overlijden van Frederik werd ook aangetekend in “de Maandelijkse Mercurius” van april 1766 (Maandelykse Nederlandsche Mercurius, 1766). “Naamlyst der Overleedenen, die Begraven zyn binnen Amsterdam sedert den 7 Maart 1766. voor zo verre men dezelve heeft kunnen bekomen” | “Dingsdag den 15 dito. Fredrick van Beeck, Sleepers Baas. L.K.H.[11]”.


Jan Donker (-1778)


Het duurde even voordat ik Reintje weer in beeld kreeg. In Amsterdam is verder niets over haar terug te vinden en in Scherpenzeel ook niet. Eerlijkheidshalve had ik de zoektocht al opgegeven en ging ik er maar vanuit dat Reintje ook was overleden. Pas toen de indexen op de DTB van de provincie Utrecht op de website van het Utrechts Archief online kwamen, kwam ik haar naam weer tegen. Reintje trouwde (II) op 14 juni 1772 in IJsselstein[12] met Jan Donker (bijgenaamd “den Langen Diender”)[13], van beroep diender, afkomstig uit Hilversum, zoon van Adriaan Donker en Leijsbeth Balk. Jan werd op 5 maart 1778 in IJsselstein begraven[14].

Over Jan is weinig bekend. Zijn beroep blijkt uit de inschrijvingen van zijn kinderen en zijn vader in het begraafregister van Breukelen. Hij was, zoals blijkt uit zijn huwelijksinschrijving van zijn tweede huwelijk, afkomstig uit Hilversum. In het doopregister van de (Nederduitsch) Gereformeerde Kerk is er geen doopinschrijving van hem terug te vinden. Reden daarvan ligt waarschijnlijk in het feit dat het doopregister van de (Nederduitsch) Gereformeerde Kerk van Hilversum in 1766 door brand verloren is gegaan. In 1767 werd het doopboek gereconstrueerd op basis van aangifte de personen zelf, hun familieleden of bekenden. Compleet zal het register dan ook zeker niet zijn.

De aanhef van het gereconstrueerde doopregister luidt als volgt: “Door den geweldigen brand van den 25 Junii 1766 onder anderen ook het doopboek der hervormde gemeente te Hilversum vernielt zijnde; is het volgende doopregister van 1689 tot 25 junii 1766, uit de berichten, door de personen zelve, hune ouderen, naast bestaande, en meest bekende aan den kerkeraad overgelevert, opgemaakt, en alhier te boek gestelt door mij J:W: van Yssum, als predikant te Hilversum bevestigt den 9 August 1767”.

Jan was een zoon van Adriaan (Adrianus) Donker en Lijsbeth Balk. Leijsbeth Balk was op 24 november 1754 in Breukelen getuige bij de doop Cornelis Donker, een zoon van Jan Donker en Kreijntje Roos. Vader Adriaan woonde later ook in Breukelen. Hij werd daar op 3 juli 1761 begraven[15].

We vinden Adriaan Donker en Leijsbeth Balk terug in het gereconstrueerde doopregister van Hilversum. Daaruit blijkt dat zij op 1 november 1725 een zoon Hendrik lieten dopen. Hendrik was een broer van Jan. Het feit dat Hendrik later nog in Hilversum woonde, zal een verklaring zijn voor het feit dat hij wel in het doopregister werd ingeschreven en Jan, die toen immers al geruime tijd elders woonde, niet.

Adriaan Donker, woonachtig te Hilversum, kocht op 19 juni 1756, de akte passeerde voor notaris Johannes Kelffkens te Utrecht, van Hendrik van der Sluijs en Hendrik van Eijkel, ten behoeve van de minderjarige kinderen van zijn zoon Jan Donker, woonachtig te Breukelen, te weten: Jacoba (Jaapje)[16], Willem[17], Tijmentje[18]·[19], Neeltje[20], Adrianus[21] en Lijsbet: “Zekere ontrent vijften Een halff morgen soo weij als hooij Land met Enige hout akkertjes gelegen onder dezen gerecht van Nijenrode tot Breukelen in de polder van otter spoor broek strekkende uijt de kortryker dyk (etc.)” (Notaris Johannes Kelffkens, 1756).

Deze grond werd op 17 februari 1776 verkocht aan Barend Karssemeijer. De verkopers waren: Jacoba Donker (en haar echtgenoot Hendrik van Leeuwen), Willem Donker, Thijmetje Donker (en haar echtgenoot Willem Rietveld), Adrianus Donker, Jan Donker (als erfgenaam van zijn overleden dochter Elizabeth Donker) en alle verkopers gezamenlijk voor Neeltje Donker (en haar echtgenoot Jacob de Groot) (Notaris Mattheüs Jacobus van Buuren, 1776).

De kinderen van Jan en zijn eerste vrouw Krijntje komen, net als hun ouders, niet terug in het gereconstrueerde doopboek van Hilversum. Wat wel duidelijk is, is dat Jan meer kinderen had dan die in de voorgaande akte worden genoemd. Jacoba (Jaapje), Willem en Tijmentje vinden we later terug in de trouwregisters van Breukelen terug. Zoon Cornelis[22] (hij wordt niet in de hiervoor beschreven akte genoemd) werd op 9 november 1762, samen zijn zus Lijsbeth, in de kerk van Breukelen begraven[23]. Op 29 augustus 1755[24] en op 15 november 1762[25] werd in Breukelen een naamloos kind van Jan begraven.


Johan(nes) (Jan) Hoevert (1731-1794)


In de DTB registers van de provincie Utrecht kwam ik ook nog een derde huwelijk van Reintje tegen. Daarmee kon ik de puzzel compleet maken. Reintje trouwde (III) op 1 december 1778 Utrecht (Jacobikerk)[26]·[27]·[28] met Johan(nes) (Jan) Hoevert[29], geboren in Utrecht (“in den Agter Weg[30]”), gedoopt op 9 februari 1731 aldaar (“Geerte kerk”), zoon van Abraham (Abram) Hoevert (Hoevers) en Geertruij (Geertje) Hekman. Johannes is overleden op 3 juli 1794 in Utrecht (“in de Watersteeg”)[31]·[32].

Johannes Hoevert, zoon van Abraham Hoevert, liet op 19 augustus 1774 door notaris A. van Toll in Utrecht zijn testament opmaken (Notaris A. van Toll, 1774). Hij was toen nog getrouwd met zijn eerste echtgenote Anna Sibilla Pottebakker[33]. Johannes stelt dat de langstlevende de lijftocht geniet van het gemeenschappelijk bezit. De langstlevende is erfgenaam van de volledige nalatenschap indien er geen kinderen uit het huwelijk worden geboren. Indien Johannes als eerste en kinderloos sterft, laat hij een legitieme portie van zijn nalatenschap na aan zijn vader.

Dit is overigens niet de eerste keer dat Johannes wordt genoemd in een notariële akte. Johannes wordt namelijk al een keer genoemd op 10 oktober 1733. Die dag maakte notaris Patricius Hendrik Lindsaij een akte van uitkoop[34] op met betrekking tot de nalatenschap van de moeder van Johannes. De partijen in de akte waren Abraham Hoevers, weduwnaar van Geertruijd Hekman[35], en Johannes Hekman, zijn schoonvader, als voogd over zijn minderjarige kinderen: Maria, Isaacq en Johannes Hoevers. Er wordt in deze akte vastgelegd dat de kinderen ieder recht hebben op een som van 25 gulden, dat is hun deel in de nalatenschap van wijlen hun moeder. Aanvullend kreeg dochter Maria een zilver sieraad dat zij droeg en kregen de kinderen ook nog een bedrag van 11 gulden 10 stuivers en 12 penningen wat gezamenlijk de waarde vertegenwoordigde van het gewaardeerde goud en zilver van hun ouders (Notaris Patricius Hendrik Lindsaij, 1733).

Uit twee andere notariële akten blijkt dat Johannes vastgoed aankocht in de stad Utrecht. Eerst kocht hij op 29 januari 1770 (de akte passeerde voor notaris Schoonhoven in Utrecht) van zijn buurvrouw Maria van Swaanenburg haar “Huijsinge off Camere Staande ende geleegen binnen deeze Stadt aan de Noordzijde in de Watersteeg(Notaris P. van Schoonhoven, 1770). Op 3 mei 1781 kocht Johannes van een andere buurvrouw, Klaasje Rademaker, haar “Huyzinge off Camere tot Twee woningen gesepareerd Zijnde dit verkogte de agterste wooningh met zijn Erve en plaatse welke een eigen uyt en ingang heeft na- en van de Straat Westwaards de Huysinge Trappenburg der welke uyt en ingang de verkoperse met haar Solder van de Camere welke welke door haar ouders bewoond word en onder deeze koop niet begreepen is, over heen schiet tot de Zolder of op Kamer van de voorz: Huyszinge Trappenburg & Staande het een en ander binnen deeze Stad, aan de Noordzyde van de water Steegh, agter de Jacoby Kerk” (Notaris Luijt van der Pauw, 1781).

Johannes liet notaris van Buuren in Utrecht op 24 oktober 1778 een nieuw testament opmaken. Hij herroept hiermee al zijn eerder opgemaakte testamenten. Hij vermaakt aan Rijntje Wagensfelt, laatst weduwe van Jan Donker, een som van f 150,-. Daarnaast stelt hij in het testament alles veilig voor haar wat zij bij hem heeft ingebracht. Hij benoemt Rijntje en zijn zuster Maria Hoevert (echtgenote van Aart van der Lingen) tot zijn enige erfgenamen. Hij geeft aan dat voornemens te zijn met Rijntje in het huwelijk te treden (“zoo ras hem doenlijk”). Mocht hij besluiten voor dit huwelijk huwelijksvoorwaarden te willen stellen, dan behoudt hij zich dat recht voor. Daarmee vervalt dan dit testament. De akte passeerde ten huize van Johannes “Staande in de Watersteeg, agter de Jacobikerk(Notaris Mattheüs Jacobus van Buuren, 1778).

Op 1 april 1781 herriep Johannes het hiervoor beschreven testament en liet notaris van Buuren een nieuw exemplaar opstellen. Uit dit testament blijkt dat Johannes ziek van lichaam en bedlegerig is. Johannes laat aan zijn vrouw Rijntje al zijn roerende goederen, goud en zilver, gemunt en ongemunt, na. Uitzondering hierop vormt zijn eigen kleding, zowel linnen als wollen kleding. Dit vermaakt hij aan Jan Jacob van Beek, de voorzoon van Rijntje. Zijn verdere bezittingen laat hij ook aan Jan Jacob na. Mocht die eerder overlijden dan dat hij aanspraak kan maken op de erfenis, dan laat hij de helft van zijn nalatenschap na aan zijn vrouw en de andere helft aan Isaak van der Lingen, de zoon van zuster Maria Hoevert (echtgenote van Aart van der Lingen). Mocht Isaak overlijden voordat hij aanspraak kan maken op de nalatenschap, dan laat Johannes het deel van Isaak na aan diens moeder Maria Hoevert. De akte passeerde ten huize van Johannes “Staande aan de Noordzijde in de watersteeg(Notaris Mattheüs Jacobus van Buuren, 1781).

Op 27 december 1806 werd door notaris Johannes Stellingwerf te Utrecht, ten behoeve van “Sr J.J. van Beek, meester Metselaar te Breukelen”, een notariële akte opgemaakt met betrekking tot de nalatenschap van Johannes Hoevers. In de akte wordt gesteld dat: “zijnde hij comparant (Jan Jacob) een Eenige nagelaten Zoon, en ab intestato Ervgenaam van zijn Moeder Reijntje van Wagensfelt, die gehuwd is geweest met Johannes Hoevers(Notaris J. Stellingwerf, 1806).

Jan Jacob verklaart: “dat onder sijn (Johannes Hoevers) Boedel onder meer anderen behooren, de navolgende vaste goederen, gelegen binnen Utrecht in de Watersteeg L:C. drie Wooningen, Zijnde No 459, 460, en 461. En nadien alle deselve Goederen staan ten naam van Wijle voorgenoemde Johannes Hoevers”. Jan Jacob stelt dat deze wettelijk “moeten worden gesteld ten naame van de teegenswoordige bezitter”. Daarom “versogt den comparant dat de drie voorsz: wooningen ten Naam van Hem mogten worden gestelt. De genoemde panden (No’s 459 en 460) werden op 13 februari 1808 door Jan Jacob verkocht aan Izak van der Lingen, meester schilder te Harmelen. Hierbij wordt aangevuld dat de huizen “agter de Jacobikerk” staan (Notaris J. Stellingwerf, 1808).


De kinderen van Reintje


Reintje had alleen kinderen uit haar eerste huwelijk met Frederik van Beek.

1 Jan Jacob van Beek, gedoopt op 5 april 1761 in Amsterdam (Oude Kerk) Volgt 1
2 Jakob van Beek[36], geboren in Scherpenzeel, gedoopt op 24 juni 1764 aldaar[37].

1 Jan Jacob van Beek[38]·[39]·[40]·[41]·[42], van beroep meester metselaar, gedoopt op 5 april 1761 in Amsterdam (Oude Kerk)[43], zoon van Frederik van Beek en Reintje van Wagensveld. Jan Jacob is overleden op 5 december 1843 in Breukelen-Nijenrode[44].
Jan Jacob trouwde op 27 november 1796 in Breukelen[45] met Elisabeth van Nieuwkerk, gedoopt op 12 oktober 1755 in Breukelen, dochter van Paulus (Poulus) van Nieu(w)kerk en Emmetje Pens(s)e(n) (Peinz/ Pijnssen) van der Aa. Elizabeth is overleden op 25 maart 1836 in Breukelen-Nijenrode.


Aantekeningen


[1] Inschrijving in het doopregister: “6 junij Reintje, Dogter van Jan van Wagensveld en Geertje van Manen in het Dorp”.

[2] Inschrijving in het begraafregister: “17 dito (dominee) Van Dijk, Rijntje Wagensveld, wede van Jan Hoevert, Middellaken”.

[3] Inschrijving in het aangifteregister (21 juli 1794): (Kerk) Jacobikerk | (Predikant) Idem (Van Dijk) | (overleden) 11 do (July) | “Rijntje Wagensveld, weduwe van Jan Hoevert, in de Watersteeg laat na een mundige zoon, begr: gratis”.

[4] Inschrijving in het ondertrouwregister: (Amsterdam (Kerk) | 29 augustus 1760): “Scherpenseel Deese Persoonen Sijn alhier op Acte van J: Reijniers Predikant te Scherpenseel Ingetekend Frederik van Beek J:M: woont in de Bantemer Straat, En Reijnte van Wagensvelt Jongedogter woont te Scherpenseel”.

[5] Inschrijving in het trouwregister (Scherpenzeel): “Ingeschreven den 23 Aug: Frederick van Beek J:M: gebr: van Elborgh en Won: tot Amsterdam met Reijntje van Wagensvelt J:D: gebr: van Scherpenzeel laatst gewoond tot Amsterdam en thans alhier. De Getuijge van de Bruijdegom was Zijn Moeder en bij desselfs absentie Derk van Wagensveld. En van de Bruijd was Haar Broeder Hend: van Wagensveld in plaatse van de Moeder. En Zijn afgeroepen d. 24 dito, d. 31 dito en d 7 Septbr. en gecopuleerd met Atts: van hier tot Amsterdam”.

[6] Frederik had, voor huidige begrippen, een transport-/ en of taxibedrijf. Een sleepersbaas was eigenaar van meerdere sledes. Deze sledes werden voornamelijk gebruikt voor transport van goederen, maar ook voor personenvervoer. De koetsier op een slede was een sleeper of sledemenner.

[7] Inschrijving in het doopregister: “Den 23ste dito Vrerik zoon van Jacob Vreriksz x Annigie Alberts”.

[8] Jacob Freriks wordt in 1725 genoemd als burger van de stad Elburg. Hij was woonachtig op de Ellestraat nummer 28 in het “Noorder Quartier” (Boer, D.H. en Jansen, L., 1993).

[9] Inschrijving in het begraafregister: “Fredrik van Beek, Sleepersbaas, ten huijse van zijn behuwd broeder Joh: Adam Roeland in de eerste Weetering Dwarsstraat bij de Vijselgragt – 2 Kind(eren)”. Deze Johannes Adam Roeland, afkomstig uit “ober Cassel” in Duitsland, trouwde op 3 november 1765 in Amsterdam (Nieuwe Kerk) met Anna (gedoopt Annigie) van Beek, de zuster van Frederik. Anna werd bij hun huwelijksaangifte geassisteerd door haar moeder Anna van Soerel.

[10] Thesauriers: De ambtenaren (schatbewaarders) die waren belast met het financieel beheer en het innen van de belastingen.

[11] L.K.H. is de afkorting van Leidsche Kerk Hof.

[12] Inschrijving in het trouwregister: “Den 30 Meij Zijn alhier in wettige ondertrouw opgenomen, Jan Donker, wedr van Krijntje Roos, geboortig van Hilversum, x thans hier woonagtig, & Reintje Wagensfel, wede van Frederik van Beek, geboortig van Scherpenseel, & thans hier woonagtig, hebbende behoorlijke acte van Indemniteit hier overgegeven, benevens schriftelijk consent van haar Moeder. Alhier getrouwt op den 14 Junij”.

De genoemde akte van indemniteit, opgemaakt op 22 april 1772 door de diaconie van Scherpenzeel, werd op 4 juni 1772 door de diaconie van IJsselstein ontvangen. Een akte van indemniteit was een bewijs dat in veel gevallen verplicht moest worden overlegd bij vestiging in een gemeente. De diaconie en/ of gemeente in de plaats van vestiging wilde voorkomen dat de nieuwe inwoner aanspraak zou proberen te maken op hun middelen ten bate van de sociale voorzieningen. Mocht je financiële ondersteuning nodig hebben, dan moest je terugvallen op de diaconie in de plaats van herkomst. Vaak was diaconale steun onmisbaar voor bijvoorbeeld ouderen of seizoenarbeiders die in de wintermaanden geen of een schaars inkomen hadden. De akte van indemniteit was het bewijs dat de gemeente van herkomst zorg zou dragen voor zijn voormalige inwoner.

[13] Jan trouwde eerder met Kreijntje Roos. Kreijntje werd op 20 januari 1772 in IJsselstein begraven. Mogelijk werd dit huwelijk voltrokken in Hilversum. Ook het trouwregister van Hilversum is in de brand van 1766 verloren gegaan en werd later gereconstrueerd. Jan was toen al vertrokken uit Hilversum. We vinden hem namelijk al in 1754 in Breukelen terug. Daarin zal ook de verklaring liggen dat niemand hen meer heeft laten inschrijven in het gereconstrueerde huwelijksregister van Hilversum (1767). Jan en Kreijntje waren daar toen al lang uit beeld. Later verhuisden Jan en Kreijntje naar IJsselstein.

[14] Inschrijving in het begraafregister: “1778 Maart” | (dag) “5.” | (Ten dienste van het Lyk van) “Jan Donker” | (Kleeden) “midd” | (mantels) “30” | (vervolg) “1778 maart” | (dag) “5.” | (Ten dienste van het Lyk van) “Jan Donker” | (kerk) “k” | (klokken) “kleine” | (uuren) “-” | (poosen) “-” | (graf) “huur” | (baar) “s” | (overhoeve) “o”.

[15] Inschrijving in het begraafregister van Breukelen: “1761 Den 3en Julij is Adrianus Donker is de Dienders Vader hier in de Kerk beg:”.

[16] Jaapje Donker werd geboren in Hilversum. Jaapje werd op 11 augustus 1795 in Breukelen (in de kerk) begraven.

Jaapje trouwde op 31 oktober 1762 in Breukelen met Hendrik van Leeuwen, gedoopt op 18 april 1738 in Gouda, zoon van Jacobus van Leeuwen en Trijntje Starrevelt. Hendrik werd op 23 maart 1797 in Breukelen (in de kerk) begraven. De vader van Jaapje, Jan Donker, woonachtig in Breukelen, was op 19 september 1762 getuige bij de inschrijving van de ondertrouw in de registers van de (Nederduitsch) Gereformeerde Kerk van Breukelen.

[17] Willem Donker, van beroep doodgraver, geboren omstreeks 1740 in Hilversum. Willem is overleden op 14 maart 1817 in Breukelen-Nijenrode.

Willem trouwde (I) op 1 mei 1768 in Breukelen met Geertruij Gesoor, geboren in Steenderen (“uijt het Graafschap Zutphen” (“in den Toldijk”)), gedoopt op 11 januari 1739 aldaar, dochter van Jan Garritsz Gesoor en Garritjen Janszen. Geertruij werd op 13 juli 1784 in Breukelen (in de kerk) begraven.

Willem trouwde (II) op 6 februari 1785 in Breukelen met Gerritje Leeflang, gedoopt op 12 juli 1753 in Kortenhoef, dochter van Jacob Jansz Leeflang en Annetje (Flippe) Groep. Gerritje is overleden op 20 september 1826 in Breukelen-Nijenrode. De vader van Willem, Jan Donker, woonachtig in IJsselstein, was op 10 april 1768 getuige bij de inschrijving van de ondertrouw van het eerste huwelijk van Willem in de registers van de (Nederduitsch) Gereformeerde Kerk van Breukelen.

[18] Tijmetje (Teijmetie) Donker, van beroep tuinvrouw/ naaister, geboren in Hilversum. Tijmetje is overleden op 1 februari 1831 in Amsterdam (“prinsegracht Kardoeskookergang”).

Tijmetje trouwde (I) op 26 oktober 1766 in Ter Aar met Willem Rietveld, van beroep tuinman, geboren in Utrecht (“buijten d’ Tolpt”), gedoopt op 5 april 1747 aldaar (“Doms-Kerk”), zoon van Anhonij Rietveld (“rooms-gesind”) en Geertruijd Lagas. Willem is overleden op 2 augustus 1793 in Utrecht (“buiten de Tolsteegpoort”). De vader van Tijmetje, Jan Donker, woonachtig in Breukelen, was op 12 oktober 1766 getuige bij de inschrijving van de ondertrouw van dit huwelijk.

Tijmetje trouwde (II) op 12 december 1798 in Breukelen met Klaas Spier, gedoopt op 10 januari 1753 in Breukelen, zoon van Jo(o)ris Spier en Harmijntje Kempers. Klaas is overleden op 18 juli 1810 in Amsterdam (“op de hoogte van de Kadijk”). Klaas is overleden aan de gevolgen van een borstkwaal. Dat is wat zijn weduwe Tijmetje op 20 juli verklaart bij de aangifte van zijn overlijden bij het stadsbestuur. Klaas werd op 22 juli 1810 begraven op het St. Anthonis Kerkhof.

Klaas trouwde eerder op 1 augustus 1790 in Loenen met Geertruy van Domselaar (Donselaar/ Dompselaar), geboren in Tienhoven (“Breukelveen”), gedoopt 21 september 1766 aldaar, dochter van Gerrit van Domselaar en Engeltje van der Star. Geertruij werd op 16 juni 1797 in Breukelen (in de kerk) begraven.

[19] Tijmetje en haar eerste man Willem Rietveld waren tuinman en tuinvrouw op de “huijzinge en Steenplaats Zuijleveld”. Omstreeks 1785 heeft Willem zich als tuinman verhuurd en vestigde hij zich op de hofstede Mar(r)iendaal. Tijmentje vestigde zich met de kinderen in Breukelen, Willem heeft nadien niets meer van zich laten horen. In 1793 werd Willem ziek en ging hij bij zijn moeder in Utrecht wonen. In zijn laatste wilsbeschikking, deze passeerde op 24 juli 1793 voor notaris van Goudoever te Utrecht, laat hij vastleggen dat zijn moeder zijn begrafenis moet regelen (Notaris Ernestus Goedoever, 1793). Wanneer de uitvaart betaald is, dan moet zij het restant van zijn geld afdragen aan de heren van de “Momber Kamer”, ten behoeve van zijn kinderen. Op 19 maart 1794 werd de gezamenlijke boedel gescheiden voor notaris van Leenen te Utrecht. Onder deze boedel werd ook de boedel van Tijmetje verstaan die zij mee had genomen naar Breukelen (Notaris Zeger Coenraad van Leenen, 1794).

[20] Neeltje Donker trouwde op 9 mei 1773 in Amsterdam (Nieuwe Kerk) met (Jan) Jacob Groth (Grood/ (de) Groot), afkomstig uit “hassen darm stad”, woonachtig “in de Wagestraat”. Neeltje, afkomstig uit Hilversum, woonde op de Keizersgracht. Haar vader, Jan Donker, woonde, uitgaande van de inschrijving in het register, in Hilversum.

[21] Adrianus werd op 12 juni 1781 in de kerk van Breukelen begraven. Zijn weduwe Aaltje liet op 7 oktober 1781 in Breukelen hun kind Adrianus jr. dopen. Toen Adrianus en Aaltje op 5 maart 1777 in IJsselstein hun dochter Creijntje lieten dopen was zijn stiefmoeder Reijntje Wagensvelt doopgetuige.

Adrianus trouwde (I) op 1 oktober 1769 in IJsselstein met Willemijntie Streefland, gedoopt op 15 maart 1744 in Benschop, dochter van Jacobus Streefland en Arriaentie Janze de Jongh. Willemijntie werd op 22 december 1769 in IJsselstein begraven.

Adrianus trouwde (II) op 7 december 1774 in IJselstein met Aaltje Lubbers, afkomstig uit “Hengeloo“.

Aaltje trouwde later op 6 februari 1785 in Breukelen met Huijbert Ligteling (Ligtelijn/ Ligteleijn), gedoopt op 17 october 1751 in Montfoort, zoon van Andries Ligteling en Huijbertje van de Verguldebijll. Huibert werd op 26 januari 1811 in Breukelen (in de kerk) begraven. Aaltje werd in het register ingeschreven als Aaltje Janse, weduwe van Adriaanis Donker.

Huijbert trouwde eerder op 24 mei 1780 in IJsselstein met Egje (Aagje) Maartense Middelkoop, gedoopt op 25 januari 1739 in Hei- en Boeicop, dochter van Meerten Gijsberts Middelkoop en Arriaentje Ariens. Egje werd op 14 juni 1784 in Breukelen (in de kerk) begraven.

[22] Cornelis werd op 24 november 1754 in Breukelen gedoopt.

[23] Inschrijving in het begraafregister van Breukelen: “(1762) Den 9en Do (November) Sijn alhier twee Kinderen van Jan Donker is den Langen Diender Kinderen genaamd Cornelis Oud 10 Jaar en Elisabeth Oud 7 Jaar in de Kerk begraaven”.

[24] Inschrijving in het begraafregister van Breukelen: “(1755) Do (29 augustus) Een Kind van Jan Donker Sijn den Diender alhier op ’t Khoff begr”.

[25] Inschrijving in het begraafregister van Breukelen: “(1762) Den 15en Do (november) is er weer Een Kind van Jan Donker den voorsz diender alhier in de Kerk beg:”.

[26] Inschrijving in het ondertrouwregister (Utrecht): “Present Schepenen Dannis, en Zaal Vrijdag den 20 November 1778 Johannes Hoevert Wedr van Anna Sibilla Pottebakker en Rijntje Waagensveld laatst Weduwe van Jan Donker bij(d)en w(onen)d(e) Watersteeg geboden mede te IJsselsteijn”.

[27] Inschrijving in het ondertrouwregister (IJsselstein): “den 21 November Zijn op bewijs van Ondertrouw, te Utrecht den 20sten dezer gedaan, de Huwelijks voorstellingen in onze kerk toegestaan aan Johannes Hoevert, wedr van Anna Sibilla Pottebakker & Rijntje Waagersveld, laats wede van Jan Donker. Den 7 December attestatie gegeeven aan deeze persoonen, dat hunne geboden onverhinderd alhier gedaan waren.”

[28] Inschrijving in het trouwregister: “Gebode te IJsselstijn acto gesien getrouwd in de Jac. kerk door Bachiene Johan Hoevert wedr v: Anna Sibilla Pottebakker En Rijntje Wagersveld Wedw van Jan Donker”.

[29] Johannes trouwde eerder op 2 februari 1757 in Utrecht (Domkerk (“inde doms kerk getroud door M: D: Romer”)) met Anna Sibilla Pottebakker. Anna Sibilla is overleden op 28 juli 1777 in Utrecht (“in ’t Dolhuis”). Inschrijving in het ondertrouwregister: “Vrijdag den 14e Jann 1757. Johannes Hoevert J:M: buijten de Weerdt, En Anna Sibilla Pottebacker J:d: bij de Jansdam. Voor ‘t 3e gebod een acte van Indemniteijt te moeten uijtleveren”.

[30] Mogelijk wordt hier gedoeld op “Agter ’t Wystraat” waar zijn moeder in 1733 overleed. Zijn vader huurde daar, zoals blijkt uit een akte van 7 februari 1752, een huis van Jan van Loenen (Notaris Luijt van der Pauw, 1752).

[31] Inschrijving in het begraafregister: “8 dito (dominee) Van Dijk, Jan Hoevert Middellaken”.

[32] Inschrijving in het aangifteregister (14 juli 1794): (Kerk) Jacobikerk | (Predikant) Van Dijk | (overleden) 3 July | “Jan Hoevet, in de Watersteeg laatna zijn vrouw, en mundige zoon, begr: gratis.”

[33] Testament van Anna Sibilla Pottebakker: Opgemaakt door notaris A. van Toll op 19 augustus 1774: Testament op langstlevende. Indien Anna Sibilla, na Johannes, kinderloos overlijdt, laat zij haar nalatenschap na aan haar zuster Catharina Elizabeth Pottebakker (gehuwd met Bernardus Koster) en aan Anna Margareta Onderberg (gehuwd met Jan van Keulen) (Notaris A. van Toll, 1774).

[34] Deze akte werd opgemaakt omdat, vader Abraham zich had voorgenomen om te hertrouwen. Twee weken nadat de beschreven akte werd opgesteld, werden, door dezelfde notaris, de huwelijkse voorwaarden tussen Abraham Hoevert en zijn aanstaande echtgenote Christina van Groeningen, die werd geassisteerd door haar vader Hendrik van Groeningen, vastgelegd.

[35] Geertruij overleed in juni dat jaar “int Wij Straad” in Utrecht en werd op 14 juni 1733 in of bij de Nicolaikerk begraven.

[36] Waar en wanneer Jakob is overleden is niet bekend. Toen zijn vader in 1766 overleed was hij nog in leven. Frederik liet, uitgaande van de inschrijving in het begraafregister, twee kinderen achter. In het doopboek van Scherpenzeel wordt wel aangetekend dat Jakob is overleden. Aan deze vermelding is geen datum van overlijden toegevoegd.

[37] Inschrijving in het doopboek van de (Nederduitsch) Gereformeerde Kerk van Scherpenzeel: “den 24 Juny. Jakob. zoon van Frederik van Beek & Reintje Wagensfelt. egtelieden, woonende te Amsteldam, dog hier gebooren. obiit (overleden)”.

[38] Jan Jacob ondertekende in 1777, evenals zijn ooms Dirck van Wagensveld, diens zoon Jan, Hendrik van Wagensveld, Pieter Dixkes en Jan Renes, een bedankbrief aan de heer van Scherpenzeel. In deze brief wordt hij ervoor bedankt dat hij den weleerwaarde zeer geleerden Heer H: Rojaarts tot predikant heeft aangesteld in Scherpenzeel. De brief wordt als volgt afgesloten: “Hoop Dat Godt het zoo zeegene Dat het tot opbouw vant reijk van koning Jesus, Loff van u Hwel: Geboren, en tot onsen tijdelijk en Eeuwig Welfijn Strecken Mag. Scherpenzeel den 2 oktober 1777”.

Het is opvallend dat Jan Jacob, ondanks zijn jonge leeftijd, hij was toen 16 jaar oud, de akte ook ondertekende. De andere zoons van zijn oom Dirk; Adrianus en Willem, ondertekenden de akte niet. De reden hiervan was waarschijnlijk het feit dat zij, in ieder geval Adrianus, niet konden schrijven zoals uit latere akten blijkt. Uit het feit dat Jan Jacob deze brief ondertekende zou kunnen worden opgemaakt dat Jan Jacob mogelijk in Scherpenzeel is opgegroeid. Zijn moeder was in die tijd getrouwd met Jan Donker en woonde in IJsselstein. Het is dan niet geheel onwaarschijnlijk dat hij bij zijn oom en tante Pieter Dixkes en Anna van Wagensveld, wier huwelijk kinderloos is gebleven, in huis woonde (Huis Scherpenzeel, 1434-1926).

[39] Op 21 september 1804 wordt Jan Jacob genoemd in een akte die passeerde voor notaris Stellingwerf te Utrecht. Het betreft het testament van Dirkje van der Horst, weduwe van Dirk van Emmerik te Breukelen, en Neeltje van der Horst, weduwe van Jacobus de Bakker (in leven predikant te Overlangbroek) te Breukelen. In het testament ligt vast dat zij, voordat de erfenis wordt verdeeld onder hun erfgenamen, aan hun neef Jan Jacob van Beek en hun nicht Elisabeth van Nieuwkerk het huis legateren dat door hen wordt bewoond (Notaris J. Stellingwerf, 1804).

[40] Jan Jacob, van beroep (meester) metselaar (later rentenier), bezat, uitgaande het kadastraal register van Breukelen van het jaar 1832, 14 panden, al dan niet met erf, in Breukelen. Daarnaast bezat hij nog ongeveer 8 hectare weiland, verspreid over Oud Aa en de Breukelderwaard. Zijn meest opmerkelijke vastgoedbezit was een kolfbaan als schuur in Breukelen (Dorp) (Register Kadaster Breukelen, 1832).

[41] Op 27 december 1806 claimde Jan Jacob, als zijnde de enige nagelaten zoon van Reijntje van Wagensfelt, gehuwd geweest met Johannes Hoevers, de nalatenschap van zijn moeder en stiefvader. Het gaat hier specifiek over drie panden aan de Watersteeg in Utrecht die voorheen toebehoorden aan zijn stiefvader (Notaris J. Stellingwerf, 1806). Jan Jacob verkocht de genoemde panden op 13 februari 1808 aan Izak van der Lingen, meester schilder te Harmelen (Notaris J. Stellingwerf, 1808).

[42] Op 14 januari 1808 werd Jan Jacob (meester metselaar te Breukelen), samen met Ernst Mesker, voor notaris Stellingwerf te Utrecht aangesteld tot executeur van het testament van Anna van Ree, weduwe van Hermanus Zuur te Breukelen. Haar erfgenamen waren haar zuster Steyntje van Ree en haar nicht Anna Mesker, dochter van Ernst Mesker (Notaris J. Stellingwerf, 1808).

[43] Jan Jacob werd gedoopt door ds. Johannes van der Vorm. Als getuigen waren zijn oom en tante Aris van Wagensvelt en Cornelia van Rees bij de plechtigheid aanwezig.

[44] Het graf van Jan Jacob en Elisabeth was in 2010 nog terug te vinden op de oude begraafplaats in Breukelen. De grafsteen was nog goed leesbaar (Begraafplaats Breukelen, 2010).

[45] Jan Jacob van Beek en Elisabet(h) van Nieuwkerk, woonachtig te Breukelen, lieten op 8 april 1797 hun testament op langstlevende opmaken door notaris van Buuren in Utrecht (Notaris Mattheüs Jacobus van Buuren, 1797).


Bronnenlijst


  • Begraafplaats Breukelen. (2010). Grafsteen Jan Jacob van Beek en Elisabeth van Nieuwkerk. Breukelen: Graftombe (www.graftombe.nl).
  • Boer, D.H. en Jansen, L. (1993). Transcriptie Burgerboek Elburg (1725-1806). Noorder Quartier – Jacob Freriksen. Elburg: Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe (www.streekarchivariaat.nl).
  • Huis Scherpenzeel. (1434-1926). Vermelding in het archief van de familie van het Huis Scherpenzeel. Inleiding: In de getypte inventaris uit 1934 bevindt zich geen inleiding op dit archief, maar alleen de volgende veelzeggende tekst: ‘Beschrijving van een collectie stukken, welke zich bevonden in een ijzeren trommel en in de muurkast in de achterkamer op het Kasteel Scherpenzeel.’ Scherpenzeel: Archief Huis Scherpenzeel (Gelders Archief (0430): www.geldersarchief.nl).
  • Maandelykse Nederlandsche Mercurius. (1766). (Volumes 20-23). Vermelding van Fredrick van Beeck. B. Mourik (Gedigitaliseerd door Google Books (2007)).
  • Notaris Johannes Kelffkens. (1756, juni 19). Notarissen in de stad Utrecht (1560-1905). Verkoopakte OG. Aankoop onroerend goed door Adriaan Donker. Utrecht: Het Utrechts Archief (www.hetutrechtsarchief.nl).
  • Notaris Luijt van der Pauw. (1752, februari 7). Notarissen in de stad Utrecht (1560-1905). Verhuur. Akte van verhuur ten laste van Abraham Hoevert. Utrecht: Het Utrechts Archief (www.hetutrechtsarchief.nl).
  • Notaris Luijt van der Pauw. (1781, mei 3). Notarissen in de stad Utrecht (1560-1905). Verkoopakte OG. Aankoop onroerend goed door Johannes Hoevert. Utrecht: Het Utrechts Archief (www.hetutrechtsarchief.nl).
  • Notaris Mattheüs Jacobus van Buuren. (1776, februari 17). Notarissen in de stad Utrecht (1560-1905). Verkoopakte OG. Verkoop onroerend goed door Jan Donker en zijn kinderen. Utrecht: Het Utrechts Archief (www.hetutrechtsarchief.nl).
  • Notaris Mattheüs Jacobus van Buuren. (1778, oktober 24). Notarissen in de stad Utrecht (1560-1905). Testament. Registratie van het testament van Johannes Hoevert. Utrecht: Het Utrechts Archief (www.hetutrechtsarchief.nl).
  • Notaris Mattheüs Jacobus van Buuren. (1781, april 1). Notarissen in de stad Utrecht (1560-1905). Testament. Registratie van het testament van Johannes Hoevert. Utrecht: Het Utrechts Archief (www.hetutrechtsarchief.nl).
  • Notaris Mattheüs Jacobus van Buuren. (1797, april 8). Notarissen in de stad Utrecht (1560-1905). Testament. Registratie van het testament van Jan Jacob van Beek en Elisabet van Nieuwkerk. Utrecht: Het Utrechts Archief (www.hetutrechtsarchief.nl).
  • Notaris Ernestus Goedoever. (1793, juli 24). Notarissen in de stad Utrecht (1560-1905). Testament. Registratie van het testament van Willem Rietveld. Utrecht: Het Utrechts Archief (www.hetutrechtsarchief.nl).
  • Notaris Zeger Coenraad van Leenen. (1794, maart 19). Notarissen in de stad Utrecht (1560-1905). Boedelscheiding. Scheiding van de boedel van Willem Rietveld en Tijmetje Donker. Utrecht: Het Utrechts Archief (www.hetutrechtsarchief.nl).
  • Notaris A. van Toll. (1774, augustus 19). Notarissen in de stad Utrecht (1560-1905). Testament. Registratie van het testament van Abraham Hoevert. Utrecht: Het Utrechts Archief (www.hetutrechtsarchief.nl).
  • Notaris A. van Toll. (1774, augustus 19). Notarissen in de stad Utrecht (1560-1905). Testament. Registratie van het testament van Anna Siblla Pottebacker. Utrecht: Het Utrechts Archief (www.hetutrechtsarchief.nl).
  • Notaris Patricius Hendrik Lindsaij. (1733, oktober 10). Notarissen in de stad Utrecht (1560-1905). Uitkoop. Akte van uitkoop Abraham Hoevers. Utrecht: Het Utrechts Archief (www.hetutrechtsarchief.nl).
  • Notaris P. van Schoonhoven. (1770, januari 29). Notarissen in de stad Utrecht (1560-1905). Verkoopakte OG. Aankoopakte onroerend goed door Johannes Hoevert. Utrecht: Het Utrechts Archief (www.hetutrechtsarchief.nl).
  • Notaris J. Stellingwerf. (1806, december 27). Notarissen in de stad Utrecht (1560-1905). Verklaring. Registratie van een verklaring van Jan Jacob van Beek. Utrecht: Het Utrechts Archief (www.hetutrechtsarchief.nl).
  • Notaris J. Stellingwerf. (1808, februari 13). Notarissen in de stad Utrecht (1560-1905). Verkoopakte OG Verkoop onroerend goed door Jan Jacob van Beek. Utrecht: Het Utrechts Archief (www.hetutrechtsarchief.nl).
  • Poorterboeken Amsterdam. (1584-1812). Archief van de Burgemeesters: Poorterboeken. Stadsarchief Amsterdam (stadsarchief.amsterdam.nl).
  • Register Kadaster Breukelen. (1832). Kadastrale legger Breukelen. Wat Was Waar (www.watwaswaar.nl).