Aalbert (Evertsen) van Brummen (1728-1802)

Aalbert (Evertsen) van Brummen[1]·[2], van beroep daghuurder, geboren in Scherpenzeel (“in ’t Dorp”), gedoopt op 28 maart 1728 aldaar, zoon van Evert Harmsen (van Brummen) en Jantje Cornelissen (van Oijik). Aalbert is overleden in Renswoude (“de Groep”) en werd op 13 februari 1802 aldaar begraven[3].
Aalbert ging op 14 april 1780 in Renswoude in ondertrouw[4] met Mietje (Marijtje/ Maria/ Mie) Gerritze (Gertse) van de Nap[5], van beroep spinster, geboren in Ede (Ederveen), gedoopt op 5 januari 1755 in Renswoude, dochter van Gerrit Cornelissen (van de) Nap en Teunisje Teunisse. Marietje is overleden op 16 april 1828 in Ede (Lunteren).


Aantekeningen


[1] Aalbert trouwde eerder op 7 januari 1748 in Scherpenzeel met Anna (Annetje) Abrahams (Abramzen) Laburgh, dochter van Abram (Abraham) Isaacqs Laburgh (la Burg/ Labburg/ Lapburgh) en Eva de Haan. Haar moeder, in het register Eva Abrahams Laburgh genoemd, was haar huwelijksgetuige. Aalbert en Anna woonden aan de “Agterstraat” in Scherpenzeel, zo blijkt uit de plaatselijke kerkregisters.

[2] Aalbert, in het register wordt hij “Aalbert Evertsen van Bremen” genoemd, ging eerder op 21 februari 1777 in Renswoude in ondertrouw met Aaltje Franken van Nijamerongen, afkomstig uit Amerongen, gedoopt op 21 september 1732 aldaar, dochter van Frank Dirkze en Jannetje Henriks Brus. De huwelijksdatum is niet bekend, er wordt in het register aangetekend: “ook hier getrout”.

Aaltje werd, zoals geschreven, in Amerongen gedoopt. Degene die haar in het register heeft ingeschreven heeft wel de namen van haar ouders genoemd, maar heeft haar naam vergeten in te vullen. Een voorzichtige suggestie zou kunnen zijn dat het doopbriefje is kwijt geraakt en dat men is vergeten dit alsnog te corrigeren op een later moment.

Uit het register van de akten van indemniteit die in Amerongen werden uitgegeven blijkt dat Jannetje Brus, na het overlijden van haar man Frank, met haar kinderen vertrok naar Veenendaal. Buiten de namen van de kinderen die wel met name worden genoemd in het doopregister worden genoemd, blijkt er ook nog een dochter Aaltje te zijn. Zij moet dan wel het naamloze kind van Frank en Jannetje zijn (Postema, H.J., 2014).

[3] In het begraafboek van Renswoude werd hij ingeschreven onder de naam Aalbert uit de Groep. Dit blijkt uit het bewijs van overlijden, een overlijdensextract uit het begraafboek van Renswoude, dat als bijlage werd toegevoegd aan de huwelijksakte van zijn dochter Cornelia. Cornelia trouwde op 29 januari 1821 in Leersum met Gerrit Berkhof. Inschrijving in het begraafregister: “den 13e ditto is begraaven Aalbert uit de Groep zijnde een Daghuurder op het Kerkhof”.

[4] Inschrijving in het trouwregister: “April den 14 Aalbert Evertsen weduwnaar van Aaltje Franken, geboore onder Scherpenzeel, en woonende te Renswoude (met) Marrijtje Gerritsen J:D: geboore onder Eede, en woonende te Renswoude”. Er is geen huwelijksdatum bekend, er wordt in het register enkel aangetekend: “ook getrouwt”.

[5] Mietje woonde van 1788 tot 1798 in Leersum. Dit blijkt uit de akte van indemniteit die daar in 1788 werd geregistreerd. De akte van indemniteit van Albert Evertsz van Brummen dateerde van 25 februari 1751 en was afgegeven door de gemeente Scherpenzeel. Die van Mietje dateerde van 4 juli 1788 en was afgegeven door de gemeente Renswoude. Hierin werd aangetekend dat zij in Ederveen werd geboren, maar in Renswoude is gedoopt op 5 januari 1755. Tot slot kwam de akte van indemniteit van hun dochters Teunisje en Gerritje in. Deze dateerde van 24 augustus 1788 en ook deze was opgemaakt door de gemeente Renswoude. Op 23 maart 1798 hebben Albert en Mietje hun akte van indemniteit weer teruggevorderd in verband met vertrek uit de gemeente (Postema, H.J., 2015).

Een akte van indemniteit was een bewijs dat in veel gevallen verplicht moest worden overlegd bij vestiging in een gemeente. De diaconie en/ of gemeente in de plaats van vestiging wilde voorkomen dat de nieuwe inwoner aanspraak zou proberen te maken op hun middelen ten bate van de sociale voorzieningen. Mocht je financiële ondersteuning nodig hebben, dan moest je terugvallen op de diaconie in de plaats van herkomst. Vaak was diaconale steun onmisbaar voor bijvoorbeeld ouderen of seizoenarbeiders die in de wintermaanden geen of een schaars inkomen hadden. De akte van indemniteit was het bewijs dat de gemeente van herkomst zorg zou dragen voor zijn voormalige inwoner.


Bronnenlijst (Specifieke bronnen)


  • Postema, H.J. (2014, juni). Archief Gerechtsbestuur Amerongen, Ginkel en Elst (1591-1812). Nadere Toegang op inventarisnummer 234 uit het archief van het Gerechtsbestuur Amerongen, Ginkel en Elst (1591-1812). Van Amerongen is een groot aantal akten van indemniteit bewaard gebleven. Van de uitgaande akten over de periode 1743-1811 zijn in dit document regesten opgenomen. Regionaal Historisch Centrum (RHC) Zuidoost Utrecht (www.rhczuidoostutrecht.nl).
  • Postema, H.J. (2015, september). Nadere Toegang op inventarisnummer 48 uit het archief van het Gerechtsbestuur Zuilenstein, Leersum en Ginkel (1655-1811). Dit document bevat regesten op de akten van indemniteit van en aan Leersum over de periode 1782-1811. Regionaal Historisch Centrum (RHC) Zuidoost Utrecht (www.rhczuidoostutrecht.nl).